Duurzaam inkopen: het inkoopbeleid van Rijkswaterstaat

Duurzaam inkopen: het inkoopbeleid van Rijkswaterstaat

Om aan de wettelijk gestelde eisen voor duurzaam inkopen te voldoen, past Rijkswaterstaat sinds 2010 bij alle aanbestedingen de MVI (Maatschappelijk Verantwoord Inkopen) criteriadocumenten toe. Niet alleen in de GWW sector (Grond-, Weg- en Waterbouw), maar ook in de ICT, kennis en bedrijfsvoering.

Toetsing van aanbestedingen volgens de BPKV

Aanbestedingen binnen Rijkswaterstaat verlopen via de BPKV-methode. Dat staat voor Beste Prijs Kwaliteit Verhouding. De methode is erop gericht de markt te laten concurreren. Niet alleen op economisch gebied, maar ook op gebied van innovativiteit. De BPKV is onderdeel van de EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving). Tot een wijziging in de Aanbestedingswet op 1 juli 2016, betekende EMVI feitelijk hetzelfde als wat nu de BPKV genoemd wordt. EMVI is sinds de wetswijziging een overkoepelend begrip geworden voor de BPKV, laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (lifecycle) en de laagste prijs. Het verschil tussen de laatste twee punten zit ‘m in het tijdsaspect; Oplossing 1 kan anderhalf keer duurder zijn dan oplossing 2. Maar als oplossing 1 een levensduur heeft die twee keer zo lang is, zal dit op basis van de kosteneffectiviteit beter scoren.

De BPKV-methode is per project verschillend. Per aanbesteding wordt de BPKV-methode vastgelegd in een aanbestedingsleidraad. Alle aanbestedingsspecifieke informatie staat daarin, zoals doelstellingen en de criteria waarop wordt beoordeeld. Ook de maximale waarde die Rijkswaterstaat aan criteria hecht, uitgedrukt in geld, wordt hierin opgenomen. Hoewel de BPKV-methode in elk project verschilt, is bekend dat Rijkswaterstaat twee standaard instrumenten hanteert om te toetsen op duurzaamheid. Het betreft de CO2-prestatieladder en DuboCalc. De CO2-prestatieladder richt zich op het bedrijf van de aanbieder. DuboCalc richt zich op hetgeen wordt aangeboden: het ontwerp en de uitvoering.

CO2-prestatieladder

Opdrachtnemers die meer hun best doen om de CO2 uitstoot te verminderen, krijgen bij de gunning van een aanbesteding een voordeel. De toetsing hiervan gebeurt met de CO2-prestatieladder van SKAO (Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen). Binnen de CO2-prestatieladder worden vijf tredes gebruikt om ambitieniveaus te representeren. Trede 1 t/m 3 staan voor interne ontwikkelingen en optimalisaties die tot CO2 reductie leiden. Bijvoorbeeld de aanschaf van elektrische auto’s, lokaal inkopen om transport te reduceren, etc. Vanaf niveau 4 en 5 wordt ook werk gemaakt van de CO2 uitstoot van de keten en de sector waarin een bedrijf actief is.

De aanbieder geeft aan op basis van welke trede hij de opdracht zal uitvoeren. Hoe hoger de trede, hoe hoger de fictieve aftrek van de inschrijfprijs Rijkswaterstaat hanteert. Hiermee wordt de aanbieder op papier dus goedkoper. Het inschrijven op een te hoge trede is niet aan te raden. Aanbieders die de toegezegde ambities niet waar kunnen maken krijgen een boete van anderhalf keer het genoten voordeel bij de inschrijving.

DuboCalc

De MKI (Milieukostenindicator) wordt berekend met behulp van DuboCalc (Duurzaam Bouwen Calculator), een tool om de duurzaamheidswaarde van een ontwerp te bepalen. DuboCalc is op zijn beurt weer gebaseerd op de LCA (Levenscyclusanalyse) en haalt zijn data uit de Nationale Milieudatabase. Het uitgangspunt is dat ontwerpen meetbaar kunnen worden vergeleken. Op deze manier is een objectieve afweging tussen verschillende aanbiedingen mogelijk. Binnen DuboCalc worden de effecten van het materiaal- en energieverbruik berekend in euro’s (de MKI). Dit gebeurt vanaf de winning van de materialen tot aan de afdankfase.

Tot slot

Rijkswaterstaat liet zich van zijn ambitieuze kant zien door te stellen dat het in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair wil zijn. Met de BPKV-methode zijn al flinke stappen in het duurzaam inkopen gezet. Leuk en aardig, maar wat hebben bedrijven daaraan? Bedrijven kunnen zichzelf een voordeel geven bij het aanbestedingsproces door te weten waarop Rijkswaterstaat bij aanbestedingen selecteert, en de aanbieding hierop af te stemmen. Door het bedrijf intern te verduurzamen kan een hogere trede in de CO2-prestatieladder worden verkregen. Dat bespaart op de lange termijn op interne kosten én geeft meer kans op gunning van een aanbesteding. Ook de aanbieding zelf kan voordeel pakken bij de aanbesteding. Door een duurzamer ontwerp aan te bieden, is de kans groter dat Rijkswaterstaat jouw bedrijf kiest.

Geen idee waar je moet beginnen? Trezio kan je van dienst zijn met de workshop “circulair ontwerpen” waarin wordt gekeken naar diverse ontwerpmethoden en bedrijfsmodellen die circulariteit bevorderen, winstmarges vergroten en dus voordeel kunnen bieden bij aanbestedingen.